29 september 2026

EEN NIEUWE ASTEROIDE ?


DE NATUURLIJKE EVOLUTIE

In de loop van de evolutie van de aarde, die al ruim 4 miljard jaren geleden begon, zijn er ontelbare soorten planten en daarna ook dieren ontstaan. Het begon, vanuit heel langzaam gegroeide steeds complexere moleculen, op een nog steeds niet echt begrepen manier, met uiterst kleine, ééncellige wezentjes, zoals microben, bacteriën, algen, allemaal nog zonder een aparte kern, maar wel al met de potentie van groei, differentiatie, vermenigvuldiging en samenvoeging. Van daaruit ontstonden meer complexe wezentjes waarin zich ook een aparte celkern ontwikkelde. Dat was een enorme sprong vooruit en bracht verbazingwekkend veel varianten in steeds complexere organismen voort. Wetenschappers spreken hier gemakkelijk al over duizenden, tienduizenden soorten.

ONTWIKKELING VAN SOORTEN

Dat was het begin van een evolutieproces, waarvan wij nu, na miljarden jaren, de 'resultaten' van zien : de onvoorstelbare rijkdommen aan planten en aan dieren.
En die rijkdom is dan nog gedifferentieerd naar de 'omgeving'. In de vele verschillende delen van onze wereld, met ander klimaten, grondsoorten, vochtigheden, temperaturen en zo voort, zijn er ook nog allemaal ándere planten en dieren ontstaan. Wat je in je eigen omgeving tegenkomt is maar een uiterst klein gedeelte van wat er allemaal ontstaan is en nog altijd leeft.

We hebben allemaal wel van Charles Darwin gehoord, die na veel onderzoek tijdens verschillende zeereizen, in 1859 zijn beroemde boek schreef: "Over de oorsprong van de soorten", waarin hij uitlegt hoe soorten zich door de eeuwen heen ontwikkelen en aanpassen. Het boek eindigt "onwetenschappelijk" in een lofzang op de onvoorstelbare gevarieerdheid, schoonheid en intelligentie van de natuur.
Darwin ziet ook hoe soorten elkaar opvolgen: nieuwe soorten die eerdere geleidelijk vervangen, omdat ze nog beter harmoniëren met hun omgeving of er beter aan zijn aangepast. Zijn voorbeelden over de ontwikkeling van verschillende vormen van snavels van vinken in verband met andere behoeften zijn alom bekend. 

SOORTEN ONTSTAAN EN VERDWIJNEN


Darwin en talloze andere onderzoekers hebben al beschreven, niet alleen hoe soorten zijn ontstaan en zich hebben ontwikkeld, maar hoe veel soorten óók weer zijn verdwenen. Dat geldt, zoals we weten, ook voor soorten mensen. De homo sapiens, waartoe wij onszelf rekenen, is voorafgegaan door een hele reeks eerdere soorten, zoals bij voorbeeld de homo faber, de homo erectus, de homo habilis, die dan weer uit één van de soorten primaten zijn voortgekomen. 
Alleen dit is al zó indrukwekkend !
En dan te weten dat de planten en daaruit voortkomende dieren al vele miljoenen jaren bestonden vóórdat de eerste mensachtigen zo'n 200 duizend jaren geleden 'verschenen'. 
Dit zijn allemaal heel natuurlijke en geleidelijke processen geweest, uitgespreid over miljoenen jaren.

Als een natuurlijk onderdeel van het evolutieproces sterft de ene of de andere soort in de loop van de tijd uit. De soort bereikt het einde van haar ontwikkelingstraject en sterft langzaam uit. De ontstane leemte biedt ruimte voor een ander wezen om zich daar te vestigen en zich te ontwikkelen. Gedurende miljoenen jaren bedroeg het natuurlijke achtergrondtempo van uitsterven ongeveer één tot vijf soorten per jaar.

Hoewel het exacte aantal soorten van planten en dieren op onze planeet onbekend blijft en wetenschappelijke telmethoden onderling verschillen, schat een veelbesproken studie op dit moment dat er in totaal 8,7 miljoen bekende soorten zijn, waarvan ongeveer 6,5 miljoen op het land en 2,2 miljoen in het water leven. Men is het er algemeen over eens dat deze cijfers ver achterblijven bij het werkelijke aantal soorten op aarde. Veel soorten, met een kleiner verspreidingsgebied en vooral die met zeer kleine afmetingen, zijn nog niet ontdekt of onderzocht.

Maar stel je voor wat wij al allemaal gemakkelijk kunnen zien:
Vleermuis,  kat, rat, hond, varken, vos, baviaan … merel, blauwe gaai, distelvink, scharlakenara, witstaartkaketoe, roodstaartbuizerd  … madeliefje, roos, petunia, klaproos, sering, boterbloem, krokus,  ... mier, bij,  kakkerlak, vlieg, vlinder, wesp,   ... paling, baars, forel, zwaardvis, tonijn, kabeljauw, ... appelboom, eik, esdoorn, wilg, magnolia, sequoia,  ... enzovoort, enzovoort. 
Echt, zoals de psalm zegt: „De aarde is vol van Uw schepselen!“ (104;24)

CATASTROFEN

Er zijn in al die miljoenen jaren ook heel wat "rampen" (extincties) geweest, waardoor veel en soms bijna alle leven verdwenen is - om daarna weer nieuw en zelfs veel rijker leven te zien ontstaan. Die "rampen" voltrokken zich overigens heel geleidelijk over perioden van tienduizenden en nog veel meer jaren, waarin zich, soms aanvankelijk nog 'verborgen' of indirect, zelfs hele nieuwe vormen en soorten ontwikkelden. De kracht en creativiteit van leven is onvoorstelbaar.

De meest 'recente' extinctie is vermoedelijk het meest bekend. Die ramp had plaats ongeveer 66 miljoen jaren geleden en begon wél met een plotseling gebeuren. Heel wat films hebben de inslag van een asteroïde op een stuk van onze planeet, dat nu het schiereiland Yucatan van Mexico is, in beeld gebracht. Je ziet (de sporen van) de enorme krater van enige kilometers. Na die enorme inslag werd bijna de hele aarde donker door de enorme hoeveelheid stof die zich bijna wereldwijd en decennia lang verspreidde. Het werd donker en koud (want de zon kwam er niet meer door) en naast zoveel andere dieren stierven met name ook de (grote) niet-vliegende dinosaurussen. Dit hele dramatische en wereldwijde gebeuren had zeer grote gevolgen voor de planten- en vooral voor de dierenwereld. Doordat de zon zo lang verduisterd was konden veel planten, die via de fotosynthese van zonlicht leven, het niet meer redden. En zeer veel dieren, die weer leven van planten en die de zuurstof, die de planten als bijproduct van de fotosynthese leveren, nodig hebben, zijn eveneens uitgestorven.

In de miljoenen jaren ná die kolossale inslag heeft het leven zijn blijvende kracht getoond en heeft zich opnieuw een (verdere) rijkdom aan planten en dieren ontwikkeld. Dat werd uiteindelijk de wereld waar zowat twee eeuwen geleden Charles Darwin vol verbazing en verwondering zijn notities maakte.

DE INDUSTRIËLE REVOLUTIE

In de tijd van Darwin begon zich, in Engeland en andere landen van West-Europa, en van daaruit ook in Noord-Amerika, met volle kracht een nieuw verschijnsel te ontwikkelen: het grote industriële leven, waarbij de eerdere uitvinding van de moderne stoommachine door James Watt een van de belangrijkste drijfveren is geweest.


Deze ontwikkeling heeft enorme gevolgen had, niet alleen voor de mensen, de handel, de economie, en zo voort, maar ook voor de wereld van de planten en de dieren:
- De grote behoefte aan hout voor verbranding en bouw veroorzaakte een enorme aanslag op de bossen. Ook voor gebouwen en wegen werd veel 'groene' ruimte opgeofferd - en werd de leefruimte van veel diersoorten steeds meer beperkt.
- De afvalproducten van de industrie wist men (nog) niet te hergebruiken en werden vaak geloosd in rivieren en verontreinigden zo uiteindelijk ook het zeewater, dat steeds verder verzuurde.
- De brandstoffen die men gebruikte voor de energie-opwekking, vooral steenkool,  en daarnaast ook gas uit die kolen en de steeds toegankelijkere aardolie, produceerden door verbranding niet alleen overvloedige energie, maar ook de  bijproducten als kooldioxide, methaan, fijnstof(roet) en daarnaast ook massaal afvalmateriaal dat we nog vaak zien in de 'steenbergen' nabij (vroegere) kolenmijnen. 
De effecten van de gassen zijn ondertussen alom bekend. In de hogere luchtlagen vormen ze als het ware een 'deken' om de aarde waardoor deze de ingestraalde warmte van de zon niet meer voldoende kwijt kan en de aarde als geheel steeds verder opwarmt. Dit heeft een algemene klimaatverandering van onze hele wereld tot gevolg. Deze verandering gaat in feite zó snel en heeft zoveel gevolgen voor de leefbaarheid dat veel planten en veel dieren dat niet kunnen bijhouden. De aanpassingen aan veranderingen van klimaat in het verleden gingen over tienduizenden jaren, nu gaat het om decennia !

ANDERE FACTOREN

Naast deze factoren die het leven en de diversiteit van planten en dieren in gevaar brengen (leefruimteverlies, verontreiniging, temperatuurstijging) zijn er nog andere factoren die de aantallen en de veelsoortigheid van planten en dieren sterk benadelen. Dit zijn met name:
- De invoer en het effect van invasieve soorten. Dit zijn soorten planten en dieren die niet in de oorspronkelijke setting thuishoren en daar grote schade aanrichten. Ze missen daar natuurlijke vijanden en ze verdringen of althans bedreigen de oorspronkelijke planten en dieren van een bepaald gebied. Ze zijn (daarom) ook heel verschillend per gebied.
- Gebrek aan genetische variatie: als de genen-pool te klein wordt door een te klein aantal (ten gevolge van overbejaging, overbevissing, enz.) verliest een soort zijn natuurlijke sterkte - en sterft uiteindelijk uit.
- Vergiftiging door bestrijding van 'ongedierte' (b.v. insecten of planten) d.m.v. pesticiden en/of  herbiciden. Hierdoor worden niet alleen de bezoekende insecten  of de zaadjes en scheutjes van ongewenste planten vergiftigd, maar indirect ook de consumenten van het geproduceerde voedsel. 
Het sterk teruglopen van de vogelstand is een van de sprekende aanwijzingen.

Al deze factoren samen zijn de oorzaak niet alleen van een vermindering maar zelfs van het uitsterven van vele soorten planten en dieren.

UITSTERVEN

Dit uitsterven is vooral ernstig vanwege de noodzakelijke, vitale samenhang, die nu verstoord wordt. Bepaalde onderzoekers beschouwen het (grote) verlies aan biodiversiteit op termijn even rampzalig als de klimaatverandering, want vitale  ecosystemen verarmen en disfunctioneren (b.v. natuurlijke vijanden, die evenwicht bewaren, b.v. in bossen, verdwijnen) en voedselketens storten in, verarmen in variatie, dynamiek en veerkracht (b.v. afname weerstand tegen droogte) waardoor de producten ongezonder worden (b.v. niet goed rijp) of minder aantrekkelijk of moeilijker te oogsten, enz.

Elke soort plant en dier bewoont een ecologische niche die haar van voedsel en beschutting voorziet. Ze put eruit én geeft terug aan het land, het water of de lucht van haar leefgebied. 
Door interactie met andere organismen in haar geografische gebied vormt elke soort een integraal onderdeel van een ecosysteem, zoals een moeras, bos, woestijn, berggebied, kustgebied, toendra, prairie, koraalrif en zelfs een stad.
In deze/haar omgeving vervult elke soort de essentiële taak om de volgende generatie voort te brengen. 
Alles bij elkaar vormen de verschillende soorten een netwerk van leven dat de hele aarde omspant en de kenmerkende eigenschap van ónze planeet is.

Tegenwoordig maakt de aarde iets mee wat velen de zesde massa-uitsterving van soorten noemen. Volgens een baanbrekend onderzoek van de Verenigde Naties uit 2019 worden meer dan een miljoen dier- en plantensoorten de komende decennia met uitsterven bedreigd - en zijn er al zeer veel in betrekkelijk korte tijd uitgestorven.
De aarde maakt momenteel het grootste verlies aan soorten mee sinds de dinosauriërs. Zo’n gevaarlijke uitdunning van de natuurlijke wereld heeft zich nog nooit eerder voorgedaan in de hele tijd dat de soort Homo sapiens op de planeet bestaat. We moeten erkennen: NU ZIJN WIJ DE ASTEROÏDE !

EEN GRUWELIJK GEBEUREN

Laten we de ontzagwekkende realiteit van het uitsterven onder ogen zien. Wanneer een soort uitsterft, sterft niet alleen een individu, maar een bepaalde afstammingslijn, een unieke samenstelling van pulserend leven die via het evolutieproces is ontstaan en met een unieke gratie in de ecologische gemeenschap bestaat. Het gruwelijke is dat wanneer een soort uitsterft, deze nooit meer terug kan komen. Er zijn geen baby’s meer, geen eieren meer, geen zaden meer. Het verdwijnen is onomkeerbaar. 
Aangezien evolutie een stroom van genen vereist van voorouders uit het verleden naar nakomelingen in de toekomst, wordt hun soort definitief afgesneden, waarmee het doek definitief valt. „De dood snijdt het leven af, uitsterven snijdt de geboorte af.” Er wordt een scheur geslagen in het levensweefsel van de planeet. We zouden begrafenissen moeten houden.

Het uitsterven van soorten verloopt meestal onopvallend. Ze sterven gewoon uit als gevolg van het verlies van hun leefgebied, vervuiling of voedseltekorten. Waarnemers merken gedurende vele jaren dat het aantal steeds minder wordt, dat ze minder levendig of krachtig of vruchtbaar zijn, om tenslotte onhoorbaar of onvindbaar te worden.

Schattingen, die overigens nogal uiteen lopen, geven aan dat er per dag minstens honderd (100 !) soorten van planten of dieren verdwijnen. Ongelooflijk !
Dat zouden er dus rond de 35.000 per jaar zijn - in vergelijking met natuurlijke historische verdwijning van 5 per jaar.

Alleen al in het eerste stuk van onze, eenentwintigste eeuw zijn diverse soorten planten en dieren uitgestorven, zoals enkele soorten steenbokken, poema’s, neushoorns, schildpadden, kikkers, boomslakken, spechten en luipaarden, evenals mosselen en zoetwatervissen, en ook diverse soorten struiken, bloemen en grassen. Je kunt een schat aan informatie vinden, vaak met mooie foto’s van de verdwenen soorten, door op internet zoektermen als „uitsterven van soorten…” in te voeren. Daarna kun je verder zoeken op een tijdsperiode (b.v. het laatste jaar of de laatste 10 jaren), je eigen of een ander land, een bepaald geografisch gebied (b.v. Zuid Amerika ) en ook op een bepaalde groep, zoals insecten, zoogdieren, vissen, vogels, grassen, mossen, palmen, ...

Je vindt dan ook veel interessante details van die plant of dat dier, en ook de waarschijnlijke oorzaken van het uitsterven. Je kunt diep geraakt worden als je al dat moois en goeds ziet, al die creatieve vormen van leven, die  allemaal verdwenen zijn. 
Als eerste hulp bij het zoeken een paar suggesties: de 'rode lijsten' van de IUCN op www.iucn.org  of bv specifiek voor zoogdieren op Wikipedia: https://en.wikipedia.org/wiki/List_of_recently_extinct_mammals  of het international fonds voor dierenwelzijn : www.ifaw.org 

RELIGIEUZE REFLECTIE

Gelovige mensen zijn éven bekommerd om het verlies van zoveel leven en soorten als anderen. Zij zien en ervaren de ongelooflijke rijkdom en schoonheid van de hele natuur, vanaf wat wij levenloos noemen tot en met de uiteindelijke uitbloei van de evolutie in de mens, met de duizenden vormen daartussen, als een blijk van de alles overtreffende goedheid van de Schepper, die aan de oorsprong staat van alles wat bestaat, leeft en 'straalt' van een innerlijke schoonheid en zinvolheid.

Paus Franciscus, die de tragiek van deze verdwenen wezens onderkent, doet in zijn encycliek *Laudato Si* een opzienbarende religieuze uitspraak over het uitsterven:

"Elk jaar verdwijnen er duizenden plant- en diersoorten die wij nooit zullen leren kennen, die onze kinderen nooit zullen zien, omdat ze voor altijd verloren zijn gegaan. De overgrote meerderheid sterft uit om redenen die verband houden met menselijke activiteiten. Door onze toedoen zullen duizenden soorten niet langer God verheerlijken door hun loutere bestaan, noch hun boodschap aan ons overbrengen. Wij hebben dat recht niet." (LS 33)

Door soorten uit te roeien vernietigen wij mensen niet alleen unieke, prachtige en belangrijke wezens die een sleutelrol spelen in het web van het leven, en verstoren we het evenwicht op onze planeet. We brengen ook de lofprijzing van God tot zwijgen. En we wissen religieuze kennis uit over de Schepper van ons allen.

Deze religieuze leer roept een sterke ethische betrokkenheid op. Als gelovigen werkelijk zouden beseffen dat uitsterven de glorie van God op aarde doet verbleken en de openbarende boodschap van de natuur tenietdoet, zou die overtuiging een krachtige drijfveer voor bescherming kunnen ontketenen.
Om dit punt nog eens extra te benadrukken, beschrijft Laudato Si hoe verwoesting ons zou moeten raken: „God heeft ons zo nauw verbonden met de wereld om ons heen dat we de uitdroging van de bodem tot een woestijn  bijna als een lichamelijke kwaal kunnen voelen, en het uitsterven van een soort als een pijnlijke misvorming." (LS 89).
Wat een buitengewoon idee. Het verlies van een soort zou ons moeten raken alsof ons eigen lichaam gewond is geraakt, alsof we zelf een ledemaat hebben verloren.

ONZE KRACHTEN BUNDELEN:

Je zou denken dat puur menselijk eigenbelang voldoende zou zijn om de inspanningen om deze uitroeiing een halt toe te roepen, een impuls te geven. Een indrukwekkende verzameling van miljoenen soorten, die in de loop van miljoenen jaren is ontstaan, heeft ervoor gezorgd dat de aarde een uiterst vruchtbare plek is geworden, die geschikt is voor de bloei van de menselijke soort.

Een voortschrijdend verlies aan soorten begint dit levens-ondersteunende systeem te ondermijnen en vormt een bedreiging voor het welzijn van de mens, nu en in de toekomst. De schade treft inheemse volkeren, die een spirituele en culturele band hebben met het land, de planten en de dieren. Het bedreigt in feite het levensonderhoud van miljarden mensen die afhankelijk zijn van vaak specifieke soorten planten en dieren voor m.n. voedsel, brandstof en inkomen. En het verzwakt elk ecosysteem waarvan wij mensen voor ons voortbestaan afhankelijk zijn. In de woorden van de secretaris-generaal van de VN in 2022: „We plegen zelfmoord bij volmacht.“

Een massale uitsterving is echter niet onvermijdelijk! De mens is voor dat uitsterven verantwoordelijk kan er dus ook iets aan doen.
Steeds meer wetenschappers, activisten, bezorgde burgers – jong en oud –, overheidsfunctionarissen, economen, humanisten, dichters en kunstenaars zetten zich in om de natuur te beschermen.

Door bewust stil te staan bij de noodzaak en rijkdom van biodiversiteit, die nu ernstig wordt bedreigd, kunnen zeker gelovige mensen - en dat zijn er veel meer dan alleen christenen - putten uit een diepe bron van energie: het besef dat dit alles een groot geschenk is en dat wij mensen allereerst medebewoners zijn in een scheppingsgemeenschap; medebewoners die mogen genieten van de rijkdom én een extra verantwoordelijkheid hebben.
Ecologische inzet, die voortkomt uit geloof en vertrouwen in een liefdevol steeds scheppend blijvende God, krijgt daardoor nog een extra impuls.

VEEL MOGELIJKHEDEN 

Er zijn gelukkig heel wat mogelijkheden tot inzet en op allerlei manieren:
Je kunt praktisch meedoen, je kunt morele en financiële steun verlenen, je kunt in contacten je sympathie en waardering laten blijken, je kunt je eigen kennis verdiepen en daardoor groeien in betrokkenheid. 
Iedereen, ziek of gezond, oud of jong, we kunnen àllen bijdragen !

Een aantal voorbeelden, waarin je actief óf steunend óf belangstellend kunt meewerken:

* steun een of meer van de vele groepen en organisaties die zich inzetten voor natuurbehoud: lees hun tijdschrift, steun moreel of met geld, probeer zo mogelijk (iets) praktisch mee te doen. Via internet zijn ze gemakkelijk te vinden, met waarschijnlijk óók wel een of meer in jouw omgeving of situatie.

* bescherm natuurgebieden: zorg voor goed beheer van bossen, moerassen, heidevelden, en andere waardevolle ecosystemen - en, bijna vanzelfsprekend, beperk het kappen van bossen en bevorder duurzame bosbouw.

* herstel beschadigde natuur: plant bomen (of struiken). Begin kortbij in eigen omgeving en zo mogelijk draag bij aan herstel van oevers van beken en  rivieren: geef zo leefgebied terug aan planten en dieren.
Het aanleggen van voedselbossen (de combinatie van bosbouw en voedselteelt) is een van de nieuwere en zeer effectieve vormen van natuurbeheer en het bevorderen van biodiversiteit.

* verminder het gebruik van pesticiden en herbiciden; gebruik minder (of geen) kunstmest, stimuleer grondgebruik en duurzame landbouwmethoden die de natuur ondersteunen. Gebruik organische meststoffen en natuurlijke 'vijanden', die het gezonde evenwicht helpen bewaren.

* voorkom vervuiling : verminder plastic afval, chemische vervuiling en lozingen in bodem, lucht en water. Onderzoek b.v. reinigings- en make-up middelen waar giftige of natuuronvriendelijke stoffen in zitten, zoals ook microplastics.

* bestrijd klimaatverandering: ga vooral de hoofdoorzaak tegen: de uitstoot van broeikasgassen. Dit kan effectief door zuinig te zijn met energie en zo mogelijk duurzame energie te gebruiken (wind, water, bodem).

* bestrijd invasieve soorten: geen planten en dieren die inheemse soorten verdringen. Dit vraagt mogelijk enig onderzoek voor de eigen situatie.

* vergroot natuurverbindingen : leg ecoducten en groene corridors aan, zodat dieren zich veilig tussen natuurgebieden kunnen verplaatsen.

* bevorder duurzame visserij en jacht, door het vaststellen van vangstquota ter voorkoming van overbevissing en illegale jacht.

* en last but not least : bewustwording en educatie : informeer mensen over het belang van biodiversiteit en stimuleer natuurvriendelijk gedrag, zoals bij voorbeeld het aanleggen van plant- en bloemrijke tuinen en het kopen van duurzame producten.

Door deze (en andere) maatregelen te combineren, kunnen overheden, bedrijven én burgers sámen veel bijdragen aan het behoud en herstel van biodiversiteit.

Er zijn voor vrijwel iederéén mogelijkheden bij te dragen.
Ik hoop ook voor ú, beste lezer !

Wat denk je ? Laat mij dat eens weten : j.muijtjens@debeyart.net
Dank je wel !


Johan Muijtjens
oktober 2026

16 september 2026

VAN TEGENSTEM NAAR GOEDE BEWEGING

TEGENSTEMMEN

Er zijn heel wat tegenstemmen te horen, stemmen die ons dreigen te ontmoedigen. Ik heb ze al eerder opgenoemd en dat rijtje kent iedereen die betrokken is op het welzijn van onze prachtige wereld.
Die tegenstemmen, inclusief de vraag: Haalt al onze eigen 'kleine' inzet écht wat uit ? blijven op de achtergrond klinken.
Ik kan dat onaangename gevoel niet ongedaan maken.
Ik kan er wel iets náást zetten, iets dat me helpt evenwicht te houden.

ONTVANGEND LEVEN

Mijn ervaring is, dat als ik meer ontvangend leeft, vertrouw dat wat goed is op mij af komt, als ik meer nieuwsgierig leef, benieuwd naar wat er wél mogelijk is - dat ik dan ook veel helderder zie, niet wat mij frustreert, maar wat wel en écht binnen mijn mogelijkheden ligt. Dát is dan ook wat wél van mij gevraagd wordt. Dan kan ik niet meer vrijblijvend ontsnappen omdat 'het allemaal toch niks uithaalt' of omdat anderen niets doen of omdat het allemaal veel te groot en ingewikkeld is.
Als ik mijn wantrouwen of mijn boosheid over anderen of de paniekverhalen loslaat - en me aansluit bij de talloze mensen van goede wil, die elk hun bijdrage willen leveren, dan gebeurt er iets is mij - zoals ik ook vorige week al beschreef.
Dan krijg ik er weer 'zin in' - zin in de diepe betekenis van zinvolheid.
Dan groeit vertrouwen dat als ik, net als alle mensen van goede wil, met zorgvuldigheid en helderheid probeer te doen wat in mijn vermogen ligt, dat het dan góed is, dat we dan in een goede beweging staan. We zien niet het eindresultaat, maar dat is onzichtbaar ingebouwd in deze goede beweging.



EEN GOEDE BEWEGING

Over een goede beweging gesproken: We zitten nu halverwege de MAAND VAN DE SCHEPPING, die eindigt met het feest van Sint Franciscus op 4 oktober, 
Sint Franciscus, die in zijn Zonnelied God dankt voor Zuster WATER, die hij heel nuttig en nederig, kostbaar en kuis noemt.


Dit jaar is het thema van De Maand Van De Schepping : LEVEND WATER. Levend water als een van de grootste geschenken die wij ontvangen hebben. Het is dé levensvoorwaarde voor álles wat leeft, van micro-organismen, via alle planten, alle dieren en dus ook voor ons mensen. Water is uitermate kostbaar en water is tevens in groot gevaar door vervuiling op grote schaal, door verzuring, m.n. van de oceanen, en ook door het gebrek eraan, waardoor ongelooflijk veel schade aan mensen, dieren en planten wordt veroorzaakt.

LEVEND WATER

Deze Maand worden wij opgeroepen, ja dringend aangespoord, om heel zorgvuldig met dat kostbare levens-vocht om te gaan. Niet alleen zuinig, maar ook respectvol, door alle nodeloze verontreiniging tegen te gaan. Het is van wereldwijd belang,  dat voor een organisatie als de Verenigde Naties als een van de hoogste prioriteiten geldt.
En levend water, dát is nu precies iets waar wij allemaal écht aan kunnen bijdragen, niet alleen materieel maar ook spiritueel, met name door dánkbaar van water gebruik te maken (zeg eens dank je wel ! voor een glas water) en ons ook bewust te blijven van alle inzet van zoveel mensen om ons nog altijd kwalitatief goed (drink)water te bezorgen.
Jezus zegt : Ik ben het leven-gevende water, de bron van het echte, gelukkige menselijke leven - en Hij gebruikt daarbij dan ook heel terecht juist dit uiterst belangrijke symbool van het leven-gevende water, dat zijn woorden extra kracht geeft.

Laten we daarom, ieder op haar/zijn eigen manier, álles doen om onze dierbare wereld van LEVEND WATER te blijven voorzien.


Wat vind jij hiervan ?
Laat mij eens weten ! Mijn email


Johan Muijtjens
15 september 2026

09 september 2026

MAAND VAN DE SCHEPPING - 2

 MAAND VAN DE SCHEPPING - 2

 (Vervolg)

TEGENSTEMMEN

Prachtig,  die houding. 
Maar daarbij blijft het waar, dat er veel zaken zijn waar ik zélf rechtstreeks weinig aan kan doen. De bekende fabrikanten en olieproducenten, de grote politiek, de dominerende economische belangen, de verwoestende oorlogen, het aarzelende klimaatbeleid.
En ik ben eerlijk gezegd ook sceptisch wanneer iemand zegt: Alle kleine beetjes helpen. Je zult het uiteindelijke resultaat misschien nooit zien, maar je kleine bijdrage heeft uiteindelijk tóch effect.
Is dat echt zo?
Ik weet het niet.
Ik heb daar, verstandelijk, geen sluitend antwoord op.
Kan ik die onduidelijkheid uithouden ?
Kan ik het met die onzekerheid tóch verder of werkt ze alleen verlammend ?

IETS ERVÁREN

Wat mij bij het uithouden van die onzekerheid geholpen heeft is ervaring, d.w.z. het erváren van iets. Niet alleen over iets nadenken, maar ook beseffen wat je erváárt. Ik merk dat ik door dingen ánders te doen, bewuster, meer ontspannen, dat er dan iets in mij gebeurt.
Bij voorbeeld iets rustig opruimen, ontspannen afwassen, een ander die je onderbreekt gewoon even helpen, rustig wachten op antwoord van iemand die naar woorden zoekt, iets langzaam (op)schrijven, ook een langere tekst  eens hérlezen, even rustig teruglopen als je in een flits iets moois hebt gezien,  en zo duizend dingen meer.


Ik ervaar de weldadigheid van 'rustig'. Van aandacht die je zuivert, hoe merkwaardig dat ook klinkt.  Het ineens boeiende in een andere mens, die je al jaren kent. De onverwachte ingeving toen je die dringende vraag losliet.  De spontane dankbaarheid voor wat zo vanzelfsprekend is. Het léven in planten dat je ineens fascineert. De speelsheid van kinderen of dieren. Het ráákt je 'ineens' veel meer, het opent je, maakt je blij.
Je krijgt een gevoel van mógen leven, een gevoel van bevrijding om gewoon dátgene te doen wat ook dient te gebeuren. Maar met minder haast, minder druk of ongeduld. Wel toegewijd - én met een glimlach zo mogelijk.
Juist die kleine ervaringen zijn zó belangrijk. Zo ervaar ik het althans.
Ze vormen een interessante keten: 

VAN AANDACHT KOMT BEWONDERING
VAN BEWONDERING KOMT DANKBAARHEID
VAN DANKBAARHEID KOMT LIEFDE
VAN LIEFDE KOMT ZORG 


Het goede of noodzakelijke gebeurt, maar op een andere manier, geeft meer voldoening en zelfs blijdschap. Je krijgt er - naast alle moeite - ook nieuwe energie door. Het is vooral een kwestie van je daarvoor ópenen.
En, zoals ik al zei: dan kun je je verbazen over een goede ingeving, een dieper inzicht, een nieuwe motivatie om iets aan te pakken of vol te houden. Je gaat langzaam aan meer vertrouwen op je intuïtie, je spontane aanvoelen, en niet alleen op je 'logische verstand' - hoezeer dat ook nodig blijft, natuurlijk.

GROEIEN VAN PLICHT NAAR MOGELIJKHEID
 

Misschien is dát wel de belangrijkste verandering:
Taken die eerst vanuit plicht moesten worden uitgevoerd gaan nu verschijnen als een MOGELIJKHEID. Je omstandigheden zijn niet langer alleen een zakelijk gegéven, een soort dwangbuis, maar ze worden een aangeboden terrein, een ruimte om ja te zeggen op wat goed of zinvol of nodig is. Misschien zelfs verwonderd en dankbaar...
Betrokkenheid begint dan niet met de vraag: Wat móét ik allemaal doen om de wereld te redden ? maar veel eenvoudiger : Wat spreekt mij aan, wat boeit mij, waar voel ik me bij betrokken ? Laat ik dáár nu goed op ingaan. Dat is genoeg,  ook in deze MAAND VAN DE SCHEPPING.

SCHEPPEND LEVEN

Op een positieve manier ingaan tegen pessimisme , cynisme en gespannenheid.
Door je innerlijke openheid ga je juist helderder zien wat WEL van jou gevraagd mág worden, waar je toe wordt uitgenodigd. Maar nu dus als een aanbod, een mogelijkheid, een ruimte om zelf ja te zeggen en creatief te zijn, uit LIEFDE voor de Schepping, in blijdschap en vertrouwen.
 
De vraag of het allemaal wat uithaalt gewoon lóslaten. Niet vanuit onverschilligheid maar vanuit een dieper wéten, een ervaring van een diepere verbondenheid, waardoor je leven geeft en, misschien nog méér, leven ontvangt !
Zelf óók schepper zijn, je aansluiten bij de hele Schepping, die overloopt van ontembare levenskracht. Wat een bemoediging !

 
Ervaar jij dat ook (een beetje) zo ? Schrijf mij eens !


Johan Muijtjens
september 2026



03 september 2026

DE BRON VAN HOOP DROOGT NOOIT OP

INTERVIEW MET CARMODY GREY


*** Kun je wat over jezelf vertellen voor de mensen die jou nog niet kennen? Wie is Carmody Grey? 

‘In de eerste plaats ben ik moeder van mijn lieve zoon Benjamin en echtgenote van mijn lieve man Manuel. Daarnaast ben ik iemand die niets liever doet dan bergbeklimmen, zwemmen in een meer, wandelen in het bos of werken in mijn tuin. Ik houd van denken, praten, lezen, schrijven over filosofie, theologie en ethiek. Ook heb ik een grote liefde voor de natuurwetenschappen, in het bijzonder de biologie. Ik ben een Engelse katholiek, met protestantse martelaren onder mijn voorouders.’

*** Waar komt jouw liefde voor de natuur vandaan? 

‘Mijn grootvader was een beroemde dierenarts – hij was de hoofdpersoon in de beroemde verhalen van James Herriot, die je misschien kent van boeken, films of tv. Van hem heb ik geleerd dat dieren en planten de meest waardige voorwerpen zijn van onze nieuwsgierigheid, fascinatie en eerbied, en een constante bron van vreugde. Ik had het geluk om op te groeien in een prachtig deel van de glooiende heuvels van de South Downs. Natuur was overal. 

Mijn ouders hebben me ook geleerd dat nieuwsgierigheid een deugd is, en verwondering een plicht. De grootste kwaal, volgens hen, was om niet voldoende verwonderd te zijn over de wereld, om niet verrast te zijn, om niet in de ban te raken van de verbazingwekkende glorie van dit alles.    

Ik ben eeuwig dankbaar voor dit geschenk van mijn ouders. Aandacht voor de schoonheid om ons heen is een discipline, een van de belangrijkste. Het is een discipline die de Schrift ons zal geven, zowel als de liturgie. We worden uitgenodigd om zorgvuldig een gewoonte van dankbaarheid in onszelf te koesteren, gebaseerd op verwondering en lofprijzing.’

*** Je bent hoogleraar integrale ecologie aan het Laudato Si’-instituut van de Radboud Universiteit. Wat betekent ‘integrale ecologie’? Wat is daar ‘integraal’ aan? 

“Integrale ecologie is een manier om het geheel van de werkelijkheid te begrijpen, gebaseerd op het idee dat alles alleen bestaat door en in relaties. Er bestaat geen geïsoleerde ‘entiteit’, er zijn alleen netwerken van relaties. Ecologie is de wetenschap van relaties; en deze relaties zijn ‘integraal’ omdat ze met elkaar verweven zijn. In de sociale leer van de Katholieke Kerk wordt ervan uitgegaan dat we allemaal bestaan door drie relaties, die altijd met elkaar verweven zijn: met elkaar, met de natuur en met het goddelijke.    

Integrale ecologie is dus een programma dat moreel en spiritueel is, en ook intellectueel en praktisch. Het roept ons op om op een bepaalde manier te leven, om respect te hebben voor het feit dat alles met elkaar verbonden is, en ook om op een bepaalde manier te denken, om dingen te begrijpen door te kijken naar de relaties die ze maken tot wat ze zijn. Integrale ecologie daagt met name de abstracte, analytische stijl van moderne kennis uit. Moderne kennis is gebaseerd op de vooronderstelling dat je iets letterlijk uit elkaar moet halen, moet ana-lyseren, om het te begrijpen. Integrale ecologie probeert dingen weer samen te voegen – te syn-thetiseren – dingen te zien in termen van totaliteit en niet alleen als een verzameling van onderdelen.”  

*** Wat spreekt jou aan in de encycliek Laudato Si’?

‘Laudato Si’ omarmt de visie van de kerk – een visie op God, de schepping en het menselijk leven – en past die toe op onze hedendaagse tijd, om te laten zien hoe diep en rijk haar bronnen zijn voor het aangaan van de uitdagingen van onze tijd. Zij verenigt spiritualiteit, ethiek, wetenschap, economie en politiek, en de theologie zelf, om te verhelderen waar we voor staan en hoe we verder kunnen gaan. Zij is zowel nuchter als uitdagend, maar ook hoopvol en vreugdevol. Ik blijf denken dat het waarschijnlijk het ‘beste’ is dat ooit over onze ecologische crisis is geschreven, in termen van een allesomvattende visie.’ 

*** Het is nu tien jaar geleden dat de encycliek werd geschreven. Het lijkt alsof we er weinig van hebben geleerd… 

‘Ja. Dat was tevens de mening van paus Franciscus zelf, zoals hij die verwoordde in het vervolgdocument dat hij in 2023 schreef, Laudate Deum. Daarin schreef hij dat onze vooruitgang met het aanpakken van de uitdagingen van onze tijd pijnlijk traag is geweest. En hij noemt de diepere redenen voor deze traagheid: kortzichtigheid, ontkenning, opzettelijke en aanhoudende onverschilligheid, en een bewuste samenzwering van de rijken en machtigen bij de vernietiging van het klimaat en de natuur.  We praten veel over Laudato Si’, maar het is ook belangrijk om over Laudate Deum te praten. We moeten eerlijk zijn over onze situatie. We worden geconfronteerd met de ernstigste vorm van ineenstorting van onze levens-ondersteunende systemen. Onze vreugde en onze hoop moeten helder zijn; en ze moeten voortkomen uit geloof, niet uit een goedkoop optimisme dat simpelweg gelooft dat alles wel goed komt.  

We moeten ook bedenken dat Laudato Si’ is geschreven als een uitnodiging. Niet als een oplossing of een eindpunt. Het was een oproep, een uitnodiging, een opening van een pad. We moeten dat pad bewandelen. We moeten de oproep horen, de uitnodiging accepteren. Dat is een werk dat voortdurend gaande is en niet zal stoppen. Dit geldt met name omdat de ecologische schade zo groot is dat de gevolgen nu al onvermijdelijk zijn. We moeten nadenken over hoe we zullen reageren op de uitdagingen die de komende decennia op ons afkomen, en Laudato Si’ beschouwen als een toegangspoort, niet als een slotconclusie.’  

*** Welke activiteit of welk deelonderwerp heb je als hoogleraar integrale ecologie als eerste opgepakt? Wat is je tot nu toe opgevallen? 

‘Op dit moment denk ik na over hoe ik het thema integrale ecologie meer diepgang en vorm kan geven. De term heeft een nogal diverse geschiedenis en soms kan het gebruik ervan vaag en onnauwkeurig lijken. Ik wil er vorm en focus aan geven.  

Dieper nog, ik probeer te achterhalen wat het werkelijk zou betekenen om ons paradigma te verschuiven. Paus Franciscus en vele anderen vragen ons om door een diepgaande culturele, intellectuele en sociale revolutie te gaan. We hebben een nieuwe synthese nodig, een nieuw paradigma.  Hoe zou dat er uit zien?  Hoe kan dit in de praktijk worden bevorderd?  

Ooit stond ik nogal wantrouwig tegenover deze taal. Het leek me een beetje vergezocht, een beetje overdreven. Maar dat is veranderd. Het lijkt me nu duidelijk dat de hele basis waarop onze beschaving is gebouwd, opnieuw moet worden bekeken.  We moeten een stap terug doen om de pathologieën [ziekteleer, red.] van onze beschaving te zien – pathologieën van eindeloze consumptie, zelfingenomenheid, het niet respecteren van onze eindigheid en onze aardsheid – en ons afvragen hoe we als mensen kunnen groeien naar iets volwasseners, meer geaard, meer heel. We hebben een nieuwe manier nodig om over onszelf na te denken, over wat een waardevol leven is, over wat geluk is, over onze plaats in de natuur, en over onze verantwoordelijkheden voor de natuur en voor elkaar. 

Dat verdient terecht de naam paradigmawisseling. Maar nieuwe paradigma’s kunnen niet zomaar worden uitgevonden. Ze moeten worden ontdekt door middel van een gezamenlijk proces van luisteren en onderzoeken, en een diepe openheid voor de creativiteit die altijd in de werkelijkheid zelf aanwezig is.  

Dat is dus wat ik nu doe: luisteren, leren, lezen, proberen te begrijpen – hoe moeten we anders kijken, anders denken, zodat we kunnen leven en bloeien als schepselen van deze aarde. Ik heb geen antwoorden. Maar ik weet wel dat we moeten leren van degenen die we traditioneel hebben genegeerd. Dat zijn vrouwen, vooral moeders; dat zijn inheemse gemeenschappen; dat zijn gemeenschappen in het mondiale Zuiden. En ja, dat betekent luisteren naar dieren en planten en ecosystemen. Ze spreken altijd, als we maar even zouden stoppen om te luisteren.  Maar deze contemplatieve ontvankelijkheid moet gepaard gaan met een ijzeren, scherpe, felle vastberadenheid om politieke druk uit te oefenen om daadwerkelijke verandering te zien, vooral op mondiaal niveau. Dit is een moeilijke combinatie om voor elkaar te krijgen, maar dat is wat we moeten doen. We moeten echt ‘zo slim zijn als slangen en zo eenvoudig als duiven’ [Matteüs10:16].’ 

*** Het thema klimaatverandering is gepolitiseerd en gepolariseerd geraakt. Hoe komen we hieruit?

‘Dat is een van de moeilijkste problemen. De politisering van klimaatverandering, en met name de voorstelling ervan als een zaak van radicaal-links, is waarschijnlijk het grootste obstakel geweest voor het creëren van een gezamenlijke politieke wil om dit probleem aan te pakken. Ik denk hier op dit moment veel over na. We moeten een nieuwe taal bedenken voor het goede, het ware en het schone, een taal die mensen daadwerkelijk verenigt; een nieuwe visie op het menselijk leven, die de politieke verdeeldheid overstijgt en waarin mensen van elke politieke achtergrond zich kunnen herkennen. Ik denk dat dat betekent dat we iets nodig hebben als een nieuw humanisme. Dat is een andere gedachte waar ik op dit moment aan werk.’ 

 *** Ons thema (als Groene Kerken) voor dit jaar is ‘Sabbatsleven’. Een leven dat gekenmerkt wordt door rust en verbinding, minstens één dag per week. Herken je dat hier grote behoefte aan is? 

‘Absoluut. En het is moeilijker dan ooit. De revoluties in communicatie- en informatietechnologieën – smartphones, ChatGPT, AI en chatbots – zijn echte vijanden. En ik meen dat net zo sterk als ik het heb gezegd. Deze krachten beroven ons van de essentie van ons leven: echte, duurzame relaties met elkaar en met de natuur. Uitzoeken hoe we onszelf kunnen beschermen is op dit moment van cruciaal belang. Ik hoop dat paus Leo ons hierin zal leiden.  

Als individuen moeten we deze technologieën een plaats geven in ons leven: een zeer beperkte, zorgvuldig afgebakende plaats. Ik hoop op een toekomst waarin we inzien dat het gebruik van smartphones of het regelmatig gebruik van ChatGPT in ons dagelijkse werk en vrije tijd even schadelijk is als roken.  En we moeten ook als samenleving uitzoeken hoe we dit kunnen doen. Integrale ecologie gaat ook hierover. Ons echte leven speelt zich af in echte ruimte en echte tijd. Dat is waar we moeten leven, om onze betekenis en onze identiteit op te bouwen. Als we proberen te leven in de virtuele ruimte, leven we uiteindelijk helemaal niet. We moeten vechten voor onze sabbatten. We mogen niet afwachten tot ze ons worden gegeven. We moeten ervoor vechten. Rust is verzet – verzet tegen een heersend paradigma van hectische activiteit, constante druk om te produceren, te presteren, ergens heen te gaan of iets te doen. We moeten ons realiseren dat het al genoeg is om gewoon een schepsel te zijn.  We hoeven onszelf niet te maken. We zijn gemaakt en aan onszelf gegeven. We kunnen dankbaar zijn voor ons geschapen-zijn, voor ons eigen bestaan en dat van alle schepselen om ons heen. Dat kúnnen we niet alleen, dat moeten we ook. Dit is wat actie mogelijk maakt – niet reactie, maar echte actie. Omdat het echte handelingsvermogen geworteld is in vrijheid. De sabbat maakt ons vrij.’ 

 *** De ecologische crises kunnen bedroevend zijn. Wat geeft jou hoop? 

‘De ecologische crises móeten bedroevend zijn. Als we niet rouwen, houden we onszelf voor de gek. We moeten allemaal manieren vinden om te rouwen over wat we verliezen. We hebben rouw- en klaagrituelen nodig; manieren waarop we onze woede, onze pijn, ons verdriet en onze angst kunnen uiten. Ik denk dat dit belangrijker is dan we beseffen.  

Maar hoop is een bron die nooit opdroogt. Waarom? Omdat echte hoop niet gebaseerd is op optimisme dat alles goed komt. Het is gebaseerd op het geloof dat de kern van deze wereld, de kern van de werkelijkheid zelf, naar het goede neigt; dat niets dat goede kan uitdoven. Dat hoe de dingen ook gaan in de komende decennia, het goede dieper en duurzamer is. Gelovigen noemen deze goedheid ‘God’. Het is datgene wat de heilige Paulus ‘de reden voor onze hoop’ noemt.    

De grootste getuigen van het christelijk geloof zijn mensen geweest die een radicale hoop als deze hebben geleefd. Dietrich Bonhoeffer is mijn favoriete voorbeeld. Zelfs toen alles hopeloos leek, getuigde hij nog steeds van de mogelijkheid van goedheid, van menselijke waardigheid en een besef van doel en betekenis, van de waarde van het doen van wat juist is – zelfs op de donkerste plaatsen, en zelfs wanneer het leek alsof het geen verschil zou maken. 

Deze diepe goedheid van de dingen, die God is, toont zich in ons dagelijks leven. We voelen allemaal die plekken waar het dicht aan de oppervlakte ligt, waar het met ons communiceert. Voor mij is dat in het gezicht van mijn zoon Benjamin. Als ik Benjamin zie spelen, als ik hem vasthoud, voel ik die onuitblusbare schoonheid van de werkelijkheid; haar eindeloze dynamiek en frisheid. We hebben allemaal deze concrete ontmoetingen met de bron van hoop nodig. Velen vinden dat bij hun kinderen, weer anderen bij de natuur, of muziek, of vriendschap. En natuurlijk verandert dit gedurende ons leven.  Ieder van ons moet die plekken identificeren, de plekken waar we het echte leven voelen stromen, de energie van God, als ik het zo mag zeggen. En dicht bij die plekken blijven.’ 

*** Welke boodschap wil je overbrengen aan groene kerken en mensen die zich hiervoor inzetten? 

‘Geef niet op. Geef nooit op. Geef nooit, nooit op.’


02 september 2026

MAAND VAN DE SCHEPPING - 1

 




MAAND VAN DE SCHEPPING

IK HEB ER GENOEG VAN…

Ik heb er genoeg van om, als het om liefde voor de natuur gaat, zeker deze Maand van de Schepping, altijd toch eerst te moeten te beginnen met dat steeds langer wordende rijtje van alles wat er mis gaat op het gebied van klimaat, milieu, oorlog en vrede. Het kost me zóveel energie ! Me ergeren aan klimaatontkenners, oliebaronnen, corrupte politici, misleidende informatie. Dat zuigt al mijn energie en moed uit mij.
Ook getallen, hoe groot ook, raken me steeds minder. Beelden van ellende van mensen, dieren en planten maken me alleen maar meer verdrietig.

WAT HELPT ME DAN WÉL ?
Dat is voor mij de grote vraag geworden.
Steeds sterker raak ik overtuigd dat vooral dátgene waar ik zelf bij betrókken ben, waar ik van houd, waar ik werkelijk om geef, dat dát mij de energie en het enthousiasme geeft om me ergens voor in te zetten.
Dáár zit voor mij een belangrijke sleutel: Ik moet me ergens bij betrokken voelen. Het moet me raken. Anders glijdt het van me af.

zorg voor plantDat begint heel dichtbij, in mijn eigen dagelijkse leven en omstandigheden.
Dáár zitten voor mij bronnen van energie.
Ik merk bijvoorbeeld dat er iets in mij verandert wanneer ik de tijd neem om iets rustig en zorgvuldig te doen. Wanneer ik niet meteen beslis, maar wat langer nadenk. Als ik eens wat langer blijf kijken naar de planten die ik verzorg, ze vriendelijk toespreek en vooral .. naar ze luister. Dan gebeurt er iets. Het is alsof ze een stem krijgen en mij iets te zeggen hebben. Alsof ze een appèl op me doen, een appèl op het goede en positieve in mij, op het blije in mij. Ik mág ze verzorgen, ik mág die klus rustig en goed doen, ik mág die persoon een overwogen antwoord geven.
Je zou kunnen zeggen:  Het gaat niet zozeer over plicht, maar veel meer om een uitnodiging, een mogelijkheid, een aangeboden ruimte.

HET LOONT ZICHZELF
Merkwaardig genoeg blijkt die betrokkenheid zichzelf te belonen. Ik krijg er, heel eenvoudig gezegd, goeie zin van. Ik voel me rustiger en meer ontspannen. Ik word ontvankelijker voor al die goede dingen die ondertussen gewoon gebeuren — dingen waar ik normaal gemakkelijk aan voorbijloop en waar de media me zelden op attenderen. Even wat langer stilstaan bij een bericht. Even blijven kijken naar iets waar ik mee bezig ben. Even wat meer aandacht geven. En ineens blijkt iets wat onbeduidend leek te zijn of gewoon routine, belángrijk te zijn, waardevol, interessanter dan ik  denkt, boeiender...
---
Dit als enkele eerste gedachten en ervaringen als een handreiking om de Maand van de Schepping op een goede en bemoedigende manier te beleven.
Volgende week hoop ik hier verder op in te gaan, want ervaringen én vragen komen vanzelf op...

Overigens: Herken je dit zelf óók ? Heb je een voorbeeld ? Laat mij eens weten !  
Er is niets mooiers dan elkáár verrijken ! 


Johan Muijtjens
2 september 2026