DE STRIJD GAAT NOG STEEDS VOORT
De strijd namelijk, of onze aarde grotendeels 'dood' is en naar believen gebruikt kan worden - of dat het wezenlijk één groot levend geheel is, waar je met respect en zorg mee moet omgaan. De aarde als een enorme levenloze bol van ijzer, nikkel, koolstof, tin, silicium, enz. enz. met een héél dun laagje levende materie, met enkele, onderling verbonden, grote kuilen met water en bedekt met een iets dikker laagje met gas: stikstof, zuurstof, waterdamp, kooldioxide, methaan en nog wat - of is het toch méér ? Hoezó dan ?
We weten ondertussen allemaal dat dit geen theoretische vraag is. De zorgen van velen om het misbruik van onze aarde draaien vooral dáárom: gewoon een gebruiksvoorwerp of een soort "partner" van ons mensen ? Oók levend ? Oók rechten hebbend ? Helemaal onderling verbonden?
Ruim vijftig jaar geleden (in 1972) kwam het grote rapport van de Club van Rome uit: DE GRENZEN AAN DE GROEI. Dat rapport ging nog niet eens over leven en rechten e.d., maar beschreef 'eenvoudig' hoe wij mensen de aarde veel méér gebruiken dan ze kan 'bijhouden'. Onze groeiende exploitatie met alle neveneffecten overvráágt de mogelijkheden en nog erger: ondergrááft zelfs de (herstel)mogelijkheden van de aarde.
Interessant is dat er, al vóór dat Rapport verscheen, vanuit een heel andere hoek, nl. de (micro)biologie, een hypothese geopperd werd, die onze kijk op de aarde sterk zou beïnvloeden. Ze werd aanvankelijk hevig besteden, maar na enkele decennia werd en wordt ze steeds meer als juist en zelfs heel waardevol erkend: de zogenoemde GAIA-theorie.
DE GAIA-THEORIE
De
GAIA-theorie is een wetenschappelijke theorie, die stelt dat de aarde
en ál haar biologische, geologische, atmosferische en chemische
componenten samenwerken als één zelf-regulerend systeem. Dit idee werd
in de jaren 1970 als geïntroduceerd door de Britse
wetenschapper James Lovelock, met bijdragen van de Amerikaanse
microbioloog Lynn Margulis.
James Lovelock
zegt daarover:"De aarde zou kunnen levend zijn, niet als een gevoelige
godin, die een doel nastreeft en een vooruitziende visie heeft, maar
levend zoals een boom, die in stilte bestaat, die nooit beweegt of van
plaats verandert, maar wel meebeweegt met de wind, die eindeloos met het
zonlicht en de bodem communiceert. Hij heeft zonlicht, water,
voedingsstoffen nodig om te groeien en om te veranderen. Dit alles
gebeurt echter zó onopgemerkt, dat de oude eik op de weide voor mij
dezelfde is als die toen ik eronder speelde als kind."
Er is heel
wat begrijpelijke kritiek op deze theorie (eerst nog als hypothese) geweest,
maar met name in de 21e eeuw is de GAIA-theorie verder ontwikkeld en is
er een nog grotere waardering gekomen in het licht van de klimaatverandering en
milieukwesties, die alle wijzen op - en eigenlijk ook alleen goed begrepen
kunnen worden - door uit te gaan van een totaal-interactie, waarin alles
met alles (en dus ook op alle niveaus) met elkaar verbonden is en op
elkaar reageert.
[ Even tussendoor: de keuze van de naam 'GAIA' was misschien wat ongelukkig, omdat het de naam is van de Romeinse godin van de aarde, en men dan zou kunnen denken dat de aarde 'vrouwelijk' is, of goddelijke eigenschappen heeft. Gewoon de naam AARDE is eigenlijk mooi genoeg.]
Veel inzichten zijn de laatste decennia gegroeid met name door de zich nieuw ontwikkelende wetenschappen, zoals b.v. de aard-systeem-wetenschap, de biogeochemie en de systeem-ecologie. De
meeste wetenschappers zien de theorie niet als een letterlijke
beschrijving van een "levende" aarde, maar eerder als een nuttig
raamwerk om de interacties tussen levende organismen én hun omgeving steeds beter te begrijpen - waarbij ze metafysische en spirituele
beschouwingen in het midden laten. Het draait in ieder geval om heel wezenlijke vragen, zoals
* wat is (biologische) leven en wat is dan een levend wezen ?
* hoe ontstond dat leven in de loop van de evolutie van onze aarde ?
* is het onze aarde werkelijk één samenhangend geheel ?
* en zo ja: is er sprake van wederzijdse beïnvloeding tussen het levende en het niet-levende ?
Allereerst: Wat zijn LEVENDE WEZENS ?
EVOLUTIE van het leven en CO-EVOLUTIE
De evolutie van het leven zélf vanuit anorganische stof is tot nu toe een groot geheim. Deze uiterst fascinerende vraag heeft ongelooflijk veel onderzoek geïnspireerd, heeft ook verschillende theorieën opgeleverd, maar blijft een mysterie, ook al heeft men die 'sprong' al tot heel kleine stapjes teruggebracht.
Maar hoe bij voorbeeld een zeer gecompliceerd DNA molecuul ontstaan is, blijft een raadsel.
De Gaia-hypothese, uitgaande van het bestáán van leven, suggereert nu dat organismen co-evolueren met hun omgeving. Dat wil zeggen: de levende organismen beïnvloeden de niet-levende (a-biotische) omgeving en die omgeving beïnvloedt op haar beurt weer de levende organismen. Ze trekken als het ware niet alleen gelijktijdig naast elkaar op, maar zijn inter-actief, elkaar voortdurend beïnvloedend, dus samen-wérkend. Dat kunnen we ons misschien nog wel enigszins voorstellen.
Maar het wordt complexer als je het in de loop van de geologische én biologische geschiedenis van de aarde bekijkt. Op dit punt toonde Lovelock aan hoe zich in de loop van miljoenen jaren vanuit bacteriën, die zich in een zeer warme en zure omgeving ontwikkelden, die van zwavelverbindingen 'leefden' en het gas methaan opleverden, geleidelijk aan ándere micro-organismen ontwikkelden die in meer gematigde omstandigheden gedijden, en met behulp van o.a. kooldioxide nu zuurstof (in plaats van methaan) voortbrachten - wat uiteindelijk een heel andere atmosfeer van de aarde heeft opgeleverd, met veel meer zuurstof, waarin nu meer complex leven mogelijk werd en dat uiteindelijk zózeer gedijde dat het plantaardige en dierlijke leven zich konden ontwikkelden in de ongelooflijke rijkdom die wij nu kennen.
ALLES ALS ÉÉN GEHEEL ?
Dat is een derde belangrijk element in de hypothese/theorie: niet alleen dat het om lévende wezens gaat, her en der, of dat deze zich ontwikkelen samen met hun anorganische omgeving, maar dat dit geldt voor onze planeet als geheel. De hele planeet in al zijn diversiteit. Zou je onze aarde werkelijk één levend wezen kunnen noemen? Hangt werkelijk ál het organische en anorganische op een of andere manier met elkaar samen, en draagt het allemaal bij tot léven in al zijn dimensies?
Natuurlijk kunnen we dat niet stukje voor stukje van onze aarde controleren. Maar we kunnen wel vaststellen, dat er zich letterlijk globaal (dus de hele globe betreffend) processen voltrekken, die wonderlijk genoeg allemaal meewerken tot optimale omstandigheden voor (hogere vormen) van leven - waarvan wij mensen tot nu toe wellicht de hoogste ontwikkeling zijn.
GLOBALE PROCESSEN
Je kunt dit op veel verschillende manieren bekijken én vaststellen.
We kiezen hier enkele verschijnselen, die allemaal in dezelfde richting van samenhang en samenspel wijzen, allemaal gericht op het scheppen van optimale omstandigheden voor het leven.
Wat daarbij misschien wel het eerste en meeste opvalt is wat de meteorologie laat zien: hoe het weer-systeem werkelijk de hele aarde omvat en dus álles beïnvloedt. Daarbinnen en daaronder spelen zich nog heel wat méér processen af. Van die processen beschrijven we er enkele, vooral om het globale beeld te verduidelijken en te bevestigen, niet om uitputtend alles aan te tonen of te bewijzen. We kijken naar klimaatregulatie en temperatuurstabilisering, naar de samenstelling van de atmosfeer en naar het zoutgehalte van de zeeën. Dit zijn enkele van de cruciale zaken die de optimale condities voor biologisch leven scheppen - en die, omgekeerd, mede dóór biologische leven tot stand komen. Dat wederkerige is juist het intrigerende van de Gaia-theorie !
METEOROLOGIE
Meteorologisch
is de aarde één groot samenhangend mechanisme,waarbij
atmosfeer, (grote) watermassa's, (grote) landmassa's op verschillende
manieren (door temperatuur, vochtigheid, materie) voortdurende
inter-actie vertonen. De foto van de aarde, genomen tijdens een
maanvlucht, toont overduidelijk hoe winden, orkanen, (zee)stromingen,
luwten, en weersoorten samenspelen rond onze wereldbol.
Overigens:
Het
meteorologische lijkt allemaal nog met gewone materie te maken te
hebben: het gaat over lucht, water, zand, gesteente, warmte en koude. Maar nu het samenspel met levende wezens ? Daarvoor moeten we wat dieper kijken, letterlijk en figuurlijk.
BELANGRIJKSTE IDEEËN
De kern van de GAIA-theorie is, zoals al gezegd, dat de aarde functioneert als
één enkel levend organisme, dat zichzelf in evenwicht houdt. Dat
betekent dat biologische processen en niet-levende elementen (zoals
oceanen, de atmosfeer, gesteenten) samenwerken om een stabiele omgeving
te creëren, die het leven ondersteunt en die bijdragen tot de
bewoonbaarheid en leefbaarheid van de aarde. Ik noem hier vijf factoren:
1. Klimaatregulatie: Micro-organismen, de opnamecapaciteit door de oceanen, de opname door planten, zijn wezenlijke factoren die het CO2-niveau in de atmosfeer beïnvloeden, wat op zijn beurt grote invloed heeft op het klimaat.
2. Temperatuurstabilisatie:
Reflectie van zonlicht door wolken en grote ijsmassa's draagt in grote
mate bij tot stabiele temperaturen. Dit zgn. albedo-effect is
tegenwoordig een punt van grote zorg omdat het geleidelijk aan afneemt door het smelten van grote ijsmassa's.
3. Het behoud van vloeibaar water in de hydrosfeer (alles wat met water te maken heeft). Met name vloeibaar
water is waarschijnlijk het belangrijkste element van en voor het leven is, op alle niveaus, van de meest eenvoudige cellen tot de hoogst
ontwikkelde organismen.
4. Stabiel zoutgehalte (de saliniteit) van het zeewater waardoor het leven van zeedieren mogelijk is en blijft.
5. Zuurstofbalans:
Het zuurstofgehalte in de atmosfeer blijft binnen een bereik dat
geschikt is voor (dierlijk) leven, dankzij de fotosynthese door planten,
die kooldioxide opnemen en zuurstof produceren.
We werken een paar wonderlijke natuurlijke evenwichten hier iets verder uit.
KLIMAATREGULATIE EN STABILITEIT VAN TEMPERATUUR
De
energie van de zon, en dus ook de straling naar de aarde, is sedert het
ontstaan van de zon met 25 tot 30 procent toegenomen. Het hele systeem
van de aarde (die kosmologisch vrij kort na de zon is ontstaan) heeft
zich daar echter goed aan aangepast en is niet "oververhit" geraakt.
Schommelend tussen hogere en lagere grenswaarden is het geheel
'bewoonbaar' gebleven.
Helaas
zijn we, na al die miljoenen jaren dat de natuur zichzelf in balans
heeft gehouden, nu in een tijd gekomen (vooral de laatste twee eeuwen)
dat wij mensen door een overvloedige hoeveelheid kooldioxide te
produceren en methaan uit de aardkorst vrij te laten komen (via de
opwarming), nu tot een situatie gekomen waarin de natuur 'het niet meer
bijhoudt'. Vandaar nu alle acties om de productie van kooldioxide terug
te dringen en het ontwikkelen van procedures om 'onuitputtelijke' en
niet-vervuilende energiebronnen, zoals wind, water, zonlicht en
aardwarmte, te gebruiken: de zgn. energietransitie.
ZOUTGEHALTE OCEANEN
Voor
het biologische leven is het zoutgehalte van het water, waarin zich
vrijwel alle leven ontwikkeld heeft en blijft ontwikkelen van cruciaal
belang. Het is daarom treffend, dat het zoutgehalte van de oceanen al
sinds honderden miljoenen jaren constant is, nl. rond 3,5 %.
Dit is
verbazingwekkend, want er komt immers voortdurend 'zout' bij, bij
voorbeeld via de erosie of het verweren van gebergten (chemische
afbraakprocessen), waardoor via de rivieren steeds meer 'zout' in de
zeeën komt. Toch bleef het gehalte van zouten in de oceanen globaal
hetzelfde. Er zijn, zo heeft men ontdekt, meerdere (micro)organismen die
reageren op een verhogend of verlagend zoutgehalte en die dit
(ingenieus) corrigeren. Ook van(koraal)riffen is bekend dat ze zout
opnemen uit hun omgeving en ook weer afgeven naar gelang van de
'noodzaak' voor de levensvatbaarheid van zichzelf en andere dierlijke en
plantaardige organismen. Ook spelen bij voorbeeld lagunes (waarin de zee
van tijd tot tijd 'overloopt') een rol, omdat daar zeewater stilstaat
en verdampt en het zout ter plaatse neerslaat en dus aan de oceaan
onttrokken wordt. Op die manieren blijven de voorwaarden voor een goed
functionerend ecosysteem blijkbaar behouden.
ZUURSTOFGEHALTE ATMOSFEER
Zo
bestaat er ook een stabiliserend mechanisme, dat het zuurstofgehalte in
de atmosfeer constant houdt. Dat gehalte is al sedert vele miljoenen
jaren stabiel op ongeveer 20 procent. Daarnaast bevat onze 'lucht' 79
procent stikstof, en verder kleine hoeveelheden andere gasvormige
componenten zoals kooldioxide, stikstofoxiden, waterdamp en het
edelgas argon.
Door verschillende vormen van oxidatie, dus reacties
met zuurstof, zoals roesten van metalen voorwerpen, bosbranden e.d., zal dit gehalte aan
zuurstof verminderen, zou men verwachten. Maar dat gebeurt
niet. Vooral door het proces van fotosynthese in groene planten,
waarbij zuurstof vrij komt, stuurt de
natuur steeds weer bij 'naar behoefte' - en dat al vele miljoenen jaren
lang, zodat met name alle dierlijke leven heeft kunnen floreren. Voor
minstens een miljard jaren is het zuurstofgehalte, wel wat schommelend,
maar wezenlijk gelijk gebleven.
TENSLOTTE
Het mag ons verbazen dat, na alle turbulentie in het lange
proces waaruit sterren, spiraalnevels, onze zon en
tenslotte de planeten rondom die zon ontstaan zijn, er één planeet is, waarop - opnieuw, na eerst
heel wat turbulentie - een toestand is ontstaan, die
prachtig gestabiliseerd is.
Een
toestand waarin biologisch leven ontstaan en ontwikkeld is in een
onvoorstelbare rijkdom en schoonheid, en waarin dat leven ook steeds
creatief vóórtgaat, zelfs door meerdere fasen van extinctie (uitsterven
van vormen van leven) heen. Daarbij is, misschien nog wonderlijker,
ontdekt dat 'het leven' er niet 'passief' is, maar voortdurend actief
mééspeelt in dit hele gebalanceerde ontwikkelingsproces, wat men (zoals eerder al beschreven) co-evolutie noemt.
Bij
alle hierboven beschreven processen van stabilisering (klimaat, temperatuur, vloeibaar water, zoutgehalte en zuurstofgehalte) spelen biologische 'partners'
voortdurend mee. Het is één groot dynamisch systeem, waarin het
biotische en het a-biotische continu samenwerken. En dan hebben we het nog niet gehad over al die wonderlijke evenwichten in de wereld van de 'grotere' planten en dieren, waarin ook steeds het materiële (d.w.z. het a-biotische) helemaal is ingebouwd.
Blijkbaar is de héle schepping vanaf het begin al op leven aangelegd. Het hele universum is in zijn mogelijkheden en zijn bestemming uiteindelijk biofiel, leven-minnend. We zien dat nog niet meteen in de sterren en melkwegen, maar, na een zeer lange en bewogen ontwikkeling, blijkt dat nu overduidelijk op onze dierbare AARDE - destijds met veel bewondering GAIA genoemd ...
De strijd om de 'identiteit' van onze AARDE gaat nog steeds voort, maar laten we in ieder geval groeien in het daadwerkelijke besef dat GAIA veel meer zorg en respect verdient !
Johan Muijtjens
maart 2026






Geen opmerkingen:
Een reactie posten