ONTELBARE AANTALLEN
Als het over de bodem gaat weten de meesten van ons wel dat er behalve de wortels van de planten ook allerlei diertjes aanwezig zijn, zoals mieren, termieten, aardwormen, regenwormen, e.d. Dit zijn de gemakkelijk zichtbare diertjes. Die vormen echter een zeer kleine minderheid ten opzichte van de veel kleinere diertjes, in honderden soorten en in ontelbare aantallen die daar leven en 'hun werk doen'. Vaak clusteren ze rondom de wortels, maar ook zonder die wortels wemelt het er van een ontelbare 'bevolking'. Hier kan ik alleen wat voorbeelden noemen om een indruk te geven. Verderop zal ik er plaatjes van geven. Een goede microscoop toont je springstaartjes, keverachtige mijten, lintvormige aardwormen, tardigraden, en als je je microscoop nog dieper laat kijken zie je 'oneindig veel' soms moeilijk te classificeren amoeben, protozoën, algen, bacteriën en virussen, allemaal ééncellig of meercellig miniscuul maar écht léven.
Een eetlepel gezonde, humusrijke grond, bevat een bevolking van meerdere keren het aantal mensen op onze wereld, dus meerdere keren acht miljard ! Een gram vruchtbare grond kan miljarden microben en virussen bevatten, miljoenen protozoën en algen, honderden microscopische lintvormige wormen, tientallen mijten en springstaarten - en duizend meter schimmeldraden !
ÉÉN LEVEND WEZEN
Zoals overal waar leven is, heeft ook de bodem alle menselijke pogingen om dit precies te omschrijven getart: levende materie is uiteindelijk zo rijk, zo complex en zo ontelbaar dat de bodem het beste als één levend wezen beschreven kan worden. Een levend wezen, dat weer onderdeel is van het levende geheel van onze aarde GAIA. Over dat enorme levende geheel heb ik wat verteld in mijn vorige bijdrage over Natuurwijsheid.
ONTSTAAN
Teruggaand in de geschiedenis van de aarde kunnen we constateren dat enkele miljarden jaren geleden rotsen, gebergten en dalen zijn ontstaan door aardbevingen, uitbraken van vulkanen, botsende 'drijvende' continentale platen, en andere geologische processen. Deze rotsen ondergingen en ondergaan voortdurende verwering door de invloed van water, wind, variërende temperaturen (inkrimpen en uitzetten), de kooldioxide en andere stoffen in de lucht, maar óók door allerlei 'klein' leven dat zich er op ontwikkelde. Denk b.v. maar aan korstmossen (afb.) die zich voeden met hun ondergrond en zo weer nieuw biologisch materiaal voortbrengen. Zo ook grassen en grotere gewassen, die niet alleen binnendringen in het anorganisch materiaal maar er ook mee samenwerken. Door dat samenspel van organisch en anorganisch materiaal is namelijk een laag vruchtbare bodem ontstaan. Dat is een miljoenen jaren durend transformatieproces (geweest) waarin zich een vruchtbare toplaag van 20 tot 30 centimeter heeft gevormd, die als de actieve wortelzone wordt beschouwd. Natuurlijk groeien sommige wortels dieper, b.v. van bomen met een penwortel, maar de grote biologische activiteit heeft toch vooral plaats in die toplaag. Dáár vooral ontstond een grote variëteit aan 'oerplanten', onder andere doordat de rotsen van verschillende chemische samenstelling waren, sommige planten beter passen bij sterker zonlicht, meer vocht, krachtigere wind, en zo meer.
Zo ontstonden er in feite vele soorten lévende bodem waarin alle onderdelen samenwerken. Het is wonderlijk hoe overal zich zelf-regulerend systemen ontstonden en nog steeds ontstaan, systemen die zich ook voortdurend aan de veranderende omstandigheden aanpassen en zo blijven leven.
TWEE LAGEN
De bodem is dus niet alléén datgene wat de rest erboven 'draagt' of stevigheid geeft, of wat alleen dient als een tijdelijke voorraadschuur voor voedingsmiddelen. De planten 'boven' voeden op hun manier ook weer de bodem. Heel belangrijk daarbij is vooral de fotosynthese in de groene bladeren, die de energie van het zonlicht en het aanwezige kooldioxidegas opnemen en daar in een ingenieus proces verschillende suikers van maken en zuurstof aan de omgeving afgeven.
Die suikers gaan via de omlaaggaande sapstroom naar de bacteriën en de vele andere wezens in de bodem als voeding voor groei en functioneren.
Van de andere kant stellen de wezentjes in de bodem de typische voedingsmiddelen voor juist déze planten samen en schenken die via de wortels aan de plant die ze via het omhooggaande water op de juiste plaatsen brengt.
Het is dus een samenwerking waarbij het leven van beiden, de planten en de bodem, van elkáár afhangt. Het is een zeer actieve én gerichte samenwerking.
INDRUKWEKKEND SAMENSPEL
De wortels dringen door de aarde, maken ze losser, scheppen nieuwe ruimten voor microben en schimmels, maken kanalen voor lucht en water en vormen, recht onder onze voeten, uitgebreide wortelstelsels. In die ruimten verorberen aardwormen, slakjes, geleedpotigen, tardigraden en hun andersoortige collega's grote volumes aarde en scheiden duurzame, voedselrijke producten uit. Daarnaast hebben microben en schimmels in de loop van de tijd het vermogen ontwikkeld om moeilijke materie toch 'klein te krijgen'. Zo kunnen bepaalde microben de taaie cellulose van de wanden van plantencellen afbreken tot kostbaar organisch materiaal en kunnen speciale schimmels het nog weerbarstigere lignine aan, de stof die (o.a. in de schors) veel stevigheid geeft aan planten en bomen.
Andere grote en vooral (zeer) kleine diertjes breken in gespecialiseerde groepen rottend materiaal af, maken bepaalde chemische stoffen vrij voor transport 'naar boven' (b.v. voor de kleur van de appels).
Schimmels (afb.) produceren kilometers lange draden (buisjes) waarmee ze ook verbinding maken met andere planten, deze voeding geven, helpen bij ziekte en zelfs signalen geven bij dreigend gevaar. Het is allemaal nauwelijks voorstelbaar !
HUMUS
Die prachtige samenwerking tref je vooral aan in wat wij humus noemen. Dat is het belangrijkste organische onderdeel van vruchtbare grond. Het is een donkere, mysterieuze, wat vettige en zeer rijke substantie, waarvan de precieze samenstelling nog steeds niet helemaal bekend is. Je komt er bij voorbeeld weerbarstige stukjes gedeeltelijk vergane plantencellen in tegen en het bevat ook een rijkdom aan eiwitten, vetten en suikers. Veel daarvan is gehecht aan minerale deeltjes en zo ontstaat de luchtige korrelvorming.
Humus is ook heel specifiek voor ieder ecosysteem, dus voor ieder min of meer samenhangend stukje natuur : een bos, een wei, een begroeide helling, een vijver, een moeras, een beekoever, enz.
Het zal je niet verbazen dat veel biologen die vruchtbare aarde als het meest complexe biologische materiaal op aarde beschouwen.
SCHADE
Het is daarom ook duidelijk hoeveel schade wordt veroorzaakt door menselijk ingrijpen door ontbossing, intensief/diep ploegen, uitgebreid gebruik van chemicaliën en andere vormen van overvragen of misbruiken van de natuur en haar krachten. Dáár kunnen we hier jammer genoeg nu niet op ingaan.
Wél kan ik, ter afronding, nog wat plaatjes laten zien van enkele van die actieve bewoners van de ondergrond, die voor de plantengroei, voor het klimaat en uiteindelijk voor ons menselijk leven zó belangrijk zijn.
==================================
KEVERMIJTEN
Dit zijn kleine (0,2-1,4 mm), pantserdragende bodem-mijten die een cruciale rol spelen in het ecosysteem.
Ze voeden zich voornamelijk met schimmels, mossen en rottend organisch materiaal, waardoor ze essentieel zijn voor de bodemvruchtbaarheid en de afbraak van bladeren. Ze zijn (in tegenstelling tot andere soorten mijten) onschadelijk voor planten en mensen.
SPRINGSTAARTEN
Deze worden gekenmerkt door monddelen die in de kop liggen (een naar buiten komende buis) en meestal een gevorkte staart waarmee ze bij gevaar kunnen wegspringen. De meeste soorten zijn minder dan 6 mm lang, velen slechts enkele millimeters. Ze leven meestal in de bovenste lagen van de bodem, de zgn. strooisellaag, en voeden zich vooral met rottend organisch materiaal en schimmels.
Ze kunnen in dat milieu in enorme aantallen voorkomen.
TARDIGRADES
Deze worden in het Nederlands beerdiertjes of mosbeertjes genoemd. Het zijn microscopisch kleine, ongewervelde diertjes (0,1 tot 1,5 mm) met acht pootjes en zijn bekend om hun extreme weerstand tegen uitdroging, straling, kou en vacuüm. Ze kunnen tientallen jaren 'dood' overleven. Ze leven in vochtige mos- en korstmos-omgevingen en zijn echte veelvraten, verorberen grote hoeveelheden aarde en hun uitscheidingsproducten zijn bijzonder vruchtbaar.
NEMATODEN of BODEMAALTJES
CYANOBACTERIËN of BLAUWALGEN
Dit zijn bacteriën die hun energie uit fotosynthese halen. Hun blauwgroene kleur heeft ze hun (algen)naam gegeven, maar het zijn echte bacteriën. Ze komen in zeer uiteenlopende omgevingen voor. Ze behoren tot de oudste en meest wijdverspreide organismen op aarde en verschenen al in het Archeum, de allereerste fase van de (pas ontstane) aarde, ongeveer 4 miljard jaren geleden.
Ze waren de eerste organismen die het vermogen tot fotosynthese ontwikkelden. Ze kunnen de energie uit zonlicht vangen en dit gebruiken om water en koolstofdioxide om te zetten in organische verbindingen. Hierbij komt zuurstof vrij als bijproduct. Door dit proces hebben cyanobacteriën gedurende miljarden jaren een cruciale rol gespeeld in het verrijken van de aardatmosfeer met zuurstof, wat uiteindelijk leidde tot de mogelijkheid van evolutie van zuurstof-minnende levensvormen, zoals wij die nu over de hele aarde kennen.
REGENWORMEN
Deze verdienen de 'hekkensluiters' te zijn, want hun betekenis valt nauwelijks te overschatten. Een groot bioloog als Charles Darwin (de man van de natuurlijke evolutie) heeft zijn laatste grote boek helemaal aan hen gewijd !
Het natuurlijke gedrag van deze dieren kan de kwaliteit van je planten aanzienlijk verbeteren. De beestjes graven namelijk kleine tunnels onder de grond, waardoor water zich makkelijker door de bodem verspreidt. Hierdoor kunnen planten ook makkelijker water opnemen en nog beter groeien. De tunnels zorgen er ook voor dat er meer zuurstof in de grond komt voor sterkere wortels. De grond blijft bovendien vers doordat regenwormen van alles eten. Het zijn echte afvaleters die afgebroken materiaal van planten aanpakken, evenals blaadjes, plantenresten en ander dood materiaal - en dat alles poepen ze vervolgens 'bewerkt' weer uit, waardoor er door hun noeste arbeid en grote aantal altijd verse voedingsstoffen in de grond zitten en de grond ook zijn luchtigheid behoudt.
==================
Ja, inderdaad, een krioelende wereld, die misschien nog dichter bevolk is dan de wereld waarin wij mensen wonen, en waar de vruchtbare en slimme samenwerking ons mensen misschien nog ten voorbeeld kan zijn !
Johan Muijtjens
eind maart 2026






















